top of page

Geselecteerd bericht

Ultimatum gesteld aan de minister!

  • 13 minuten geleden
  • 6 minuten om te lezen

Geachte heer Rijkaart,


Inmiddels is de looptijd van de CAO Rijk 2024-2025 verstreken. De onderhandelingen voor een aansluitende Cao zijn opgestart en daarbij is onder andere geëist om de door de politiek gedicteerde nullijn voor 2026 van tafel te halen. Per 7 januari 2026 zijn de onderhandelingen gestopt en drie vakbonden hebben reeds een ultimatum bij u neergelegd. Dit ultimatum is verlopen en de in het ultimatum aangekondigde acties zijn begonnen.


Op 24 september 2025 hebben wij onze inzetbrief aan uw onderhandelingsdelegatie overhandigd en toegelicht. De Cao overleggen hebben plaatsgevonden op 5 november en 2 december 2025. Ook tijdens de gesprekken met u op 2 oktober 2024, 4 september 2025 en 16 december 2025 hebben wij verzocht de nullijn van tafel te halen en met een fatsoenlijk loonbod, vergelijkbaar met de andere overheidssectoren, te komen. Immers het kan en mag niet zo zijn dat (alleen) de rijksambtenaren opdraaien voor de tekorten op de begroting. Op geen enkele wijze bent u tegemoet gekomen aan deze eis.


CMHF Overheid is daarom van mening dat er geen sprake is geweest van een open en reëel overleg omdat bij voorbaat vaststond dat de nullijn werd gehandhaafd. CMHF Overheid heeft vervolgens op grond van artikel 27 lid 4 jo. bijlage 20 (CAO Rijk) een verzoek om advies neergelegd bij de Arbitrage en Adviescommissie (AAC). Voornoemd artikel is een uitwerking van artikel 6 lid 3 Europees Sociaal Handvest (ESH).


Uw onderhandelingsdelegatie heeft namens u gesteld dat CMHF Overheid niet ontvankelijk zou zijn in haar adviesaanvraag. Dit is onbegrijpelijk omdat er vanaf 2020 de CAO Rijk van toepassing is waarin toegang tot de AAC duidelijk is beschreven, en waarin de vraag of ontvankelijkheid moet worden beoordeeld niet voorkomt. Het is dan ook teleurstellend dat de werkgever ervoor heeft gekozen om niet alleen geen open en reëel overleg te voeren over een Cao, maar zelfs grijpt naar een procedurele noodgreep om te voorkomen dat zij gecorrigeerd wordt op het ontbreken van open en reëel overleg.


CMHF Overheid voelt zich tevens door het AAC miskend in haar besluit van 2 februari 2026 om mee te gaan in de overwegingen van de werkgever. CMHF Overheid is toegang tot de AAC ontzegd, en dus van mening dat haar rechten zoals neergelegd in artikel 6 lid 3 ESH zijn geschonden. Uw onderhandelingsdelegatie baseerde zich, en dat heeft de AAC overgenomen, op de toelichting van het ARAR artikel 110 e Staatsblad 1984. Daarmee is de geldende CAO norm1, die duidelijk door de Hoge Raad is beschreven en als bekend veronderstelt wordt geacht, geschonden. Voor de toekomst zal hierover een verhelderende afspraak gemaakt moeten worden.


Op 7 januari 2026 was al geconcludeerd dat verder overleg geen zin heeft. Door de gebeurtenissen vanaf die datum tot op heden is niet gebleken dat in uw opstelling enige verandering te bespeuren is. En dat is verwonderlijk. De nullijn is gebaseerd op een coalitieakkoord (PVV, VVD, NSC en BBB) van 2024, dat niet meer van toepassing is door het coalitieakkoord (D66, VVD en CDA) van 2026. Dat er in dit coalitieakkoord (en financiële bijlage) geen budgettaire ruimte is opgenomen voor een loonsverhoging voor Rijksambtenaren is teleurstellend maar niet relevant. Want op 3 februari 2026 is door de meerderheid van de Tweede Kamer2 een motie aangenomen met de volgende inhoud:


“overwegende dat het financieel kader een werkafspraak is van coalitiepartijen onderling” en “spreekt uit dat het parlement zich niet gebonden acht aan het voorgenomen financieel kader”.


Er is voor u geen enkele politieke belemmering meer om tot een normaal loonbod te komen.


Nu op geen enkel wijze het politieke dictaat inhoudende de nullijn van tafel gaat stelt CMHF Overheid vast dat er tussen partijen een onoverbrugbaar verschil van standpunten is ontstaan aangaande het tot stand brengen van een nieuwe Cao, dat partijen zijn uit onderhandeld, en dat zij niet anders kan dan de argumenten op andere wijze te uiten en daardoor genoodzaakt is onderhavig ultimatum in te stellen.


Wij hebben hierover onze leden geraadpleegd op 4 februari 2026. Tijdens die bijeenkomst is ons gebleken dat onze leden niet akkoord gaan met de situatie zoals die zich tot nu toe heeft ontwikkeld. Onze leden wensen te komen tot een nieuwe Cao en hun actiebereidheid om dat te bewerkstelligen is, gezien de verlopen termijn, groot. In samenspraak met onze leden hebben wij dan ook besloten om u onderstaand ultimatum te stellen.


De eisen waaraan de Cao moet voldoen en waar u aan dient tegemoet te komen zijn:

•Een looptijd van 2 jaar (1 januari 2026 – 31 december 2027)

•Een loonsverhoging, vergelijkbaar met die van de andere overheidssectoren, wij kwantificeren die op 4% per 1 januari 2026 en 4% per 1 januari 2027;

•Het vernieuwde Fuwa Rijk moet zo snel als praktisch mogelijk is worden ingevoerd. Medewerkers die als gevolg van het nieuwe Fuwa Rijk een hoger salaris krijgen, komen in aanmerking voor een nabetaling met terugwerkende kracht tot 1 Januari 2026

•De SBF-regeling wordt gekenmerkt door een alles of niets-karakter. Men moet werkzaam blijven in een SBF- functie wil men de hieraan gerelateerde rechten niet verliezen. Dit kan leiden tot onwenselijke situaties. CMHF Overheid eist een spaarvariant SBF binnen het IKB met een gelijkwaardige uitkomst voor de werknemer, maar wel de vrijheid eerder te stoppen indien hij dat nodig acht. Bestaande rechten zullen behouden blijven via deze spaarvariant.

•Voor medewerkers boven schaal 10 (regulier)/schaal 11 (roosterdienst) is er geen sprake van een overwerkvergoeding. In de optiek van CMHF Overheid is dit onredelijk. Ook voor de bovenliggende schalen geldt dat de medewerkers zich extra moeten inspannen om overwerk te verrichten. Daarvoor dienen zij te worden gecompenseerd. Wij eisen dat deze beperking komt te vervallen.

•De mogelijkheid om het IKB-doel aflossen schuld te gebruiken moet uitgebreid worden tot € 5.000 per jaar, in stappen van € 1500 per kalenderjaar.

•De CMHF Overheid constateert dat werknemers met een arbeidsbijzonderheid nog steeds worden achtergesteld. Dit achterstellen doet zich voor zowel bij het verrichten van het werk als de daaraan gekoppelde salaris/ promotiemogelijkheden. Een onwenselijke situatie die de aandacht van Cao-partijen verdient. Vanuit het A & O fonds loopt hierover al een project. Wij willen afspreken dat de uitkomsten van dit project een terugkerend thema zullen worden in het overleg tussen vakbonden en (departementale) werkgevers.

•De medewerkers die uitgezonden worden als Civiele Expert of Verkiezingswaarnemer moeten worden beschouwd als reguliere werknemers die onder de Cao Rijk vallen.


Indien u vóór dinsdag 10 februari 2026 om 10:00 uur niet positief heeft gereageerd door deze eisen integraal in te willigen, dan dient u rekening te houden met het door ons uitroepen en organiseren van collectieve acties, waaronder algehele werkonderbrekingen voor korte of langere duur, stiptheidsacties, estafettestakingen en dergelijke.


Uiteraard zullen wij bij eventuele acties rekening houden met de in acht te nemen

veiligheidsmaatregelen en zijn wij te allen tijde bereid tot het voeren van overleg over waarborg van de veiligheid van mensen, goederen en materieel tijdens voornoemde acties.


Indien dit zogenaamde “technisch overleg” wordt gewenst, dan dient dit naar onze mening plaats te vinden voordat de looptijd van het ultimatum is verstreken, opdat de juiste maatregelen zo tijdig mogelijk getroffen kunnen worden.


Daartoe kan contact worden opgenomen met onze bestuurder Dennis Baegen, telefoon 06 477 11 555 of Wolléta Roozeboom 06 57 08 05 86.


Het is mogelijk dat, behalve u, ook derden hinder of schade ondervinden van de door ons georganiseerde acties. Dit vloeit logischerwijs voort uit ons actierecht, zoalsneergelegd in art. 6 lid 4 ESH en is als zodanig niet onrechtmatig. Wij wijzen u erop dat het uw verantwoordelijkheid is om derden tijdig te informeren over het in deze brief gestelde ultimatum en de thans aangekondigde acties.


Een kopie van dit schrijven is tevens verstuurd aan de voorzitter van uw

onderhandelingsdelegatie: de heer A. Weimar.


Voorts attenderen wij u erop dat wij werk dat normaliter uitgevoerd wordt door de

actievoerders, hierbij besmet verklaren en dat wij het laten overnemen van dat werk

onrechtmatig achten. Wij behouden ons het recht voor om zonder nadere aankondiging over te gaan tot het nemen van (rechts)maatregelen wanneer wij constateren dat u zich schuldig maakt aan het overtreden van het zogenaamde “onderkruipersverbod” of anderszins onrechtmatig jegens onze vakorganisatie handelt. Dit kan ook betekenen dat wij de Inspectie SZW vragen een onderzoek in te stellen. Vanzelfsprekend zullen wij onze leden en andere werknemers oproepen om geen besmet werk te verrichten.


Tot slot, CMHF Overheid is een vakbond die “de kracht van het argument” nastreeft. Onze leden zijn van oudsher zeer loyaal aan het publieke belang, hebben het ambtelijk vakmanschap hoog in het vaandel en zijn zeer betrokken bij een goed functionerende overheid. Het feit dat wij nu in de situatie terecht zijn gekomen dat zelfs wij u een ultimatum moet stellen is uitzonderlijk. Dit zou u zich zeer moeten aantrekken. Juist omdat er een ingewikkelde toekomst voor ons ligt, waarin we samen de dialoog moeten aangaan.


met vriendelijke groet,


E.J. van Broeckhuijsen

Voorzitter CMHF Overheid


 
 
 

Opmerkingen


bottom of page