Geselecteerd bericht

De zorgbonus onder beslag?



In deze blog wil ik ingaan op onze eigen Leidraad Invordering met betrekking tot geen beslag op de zorgbonus en een uitspraak door middel van een kort geding inzake de zorgbonus.

Achtergrond zorgbonus

Tijdens de Covid-19 pandemie bleek al snel dat er veel meer dan de normale inzet werd gevraagd van het zorgpersoneel om de pandemie te bestrijden. Er werd waardering geuit voor de inspanningen door het zorgpersoneel. Ook in het parlement werd dit onderkend en hieruit vloeide een motie van kamerlid Van Kooten-Arissen van 18 maart 2020. De motie werd met algemene stemmen aangenomen, waarna het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is gaan werken aan een regeling.

In een brief van 25 juni 2020 liet de regering aan de kamer weten het voornemen te hebben om aan zorgmedewerkers een bonus van € 1.000,- netto te verstrekken, om ze te bedanken voor hun inzet. Dat voornemen is omgezet in een subsidieregeling (Hierna zal deze subsidie de “zorgbonus” worden genoemd). Op 1 oktober 2020 is deze regeling in werking getreden.

De Belastingdienst en de zorgbonus

Artikel 14.4.1a Leidraad Invordering

De ontvanger laat geen derdenbeslag leggen onder een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19, voor een bonus die door de zorgaanbieder wordt uitgekeerd aan een zorgprofessional als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19, voor zover aan de zorgaanbieder een subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19. Als reeds beslag is gelegd onder de zorgaanbieder, verzoekt de ontvanger niet om afdracht van de bonus of betaalt de ontvanger de bonus alsnog aan de zorgprofessional uit als de zorgaanbieder de bonus al aan de ontvanger heeft afgedragen.


In artikel 14.4.1a LI staat duidelijk beschreven dat de Belastingdienst geen beslag legt op de zorgbonus, indien dit toch is gebeurd, dan verzoekt de Belastingdienst niet om afdracht van de bonus of betaalt de Belastingdienst de bonus alsnog aan de zorgprofessional uit. Door dit nieuwe artikel toe te voegen wijken wij af van wat er is beslist in onderstaande uitspraak. Ik ben van mening dat dit een goede stap is, vooral in het kader van toepassing van de menselijke maat.

De gerechtsdeurwaarder en de zorgbonus

De Koninklijke Beroepsvereniging voor Gerechtsdeurwaarders (KBvG) heeft aan de rechter voorgelegd of er beslag mag worden gelegd op de zorgbonus voor zorgmedewerkers.

Zorgmedewerkers kunnen via hun werkgever in aanmerking komen voor een zorgbonus van 1.000 euro, bij een uitzonderlijke prestatie in het kader van corona.

Gerechtsdeurwaarders die eerder voor hun opdrachtgevers beslag hadden gelegd op het loon van zorgmedewerkers werden geconfronteerd met de vraag of dat beslag ook geldig was voor de te ontvangen zorgbonus. Hierover werd verschillend gedacht, om deze reden heeft de KBvG in overleg met de Landelijke Organisatie van Sociaal Raadslieden (hierna: LOSR) besloten om een middels een deurwaarders renvooi procedure (art 438 lid 5 Rv) de kwestie aan de voorzieningenrechter voor te leggen.

In dit kort geding leggen de gerechtsdeurwaarders de voorzieningenrechter ter beantwoording twee vragen voor:

1. Maakt de beslaglegger misbruik van recht door beslag te leggen op een zorgbonus?

2. Vloeit de zorgbonus rechtstreeks voort uit de arbeidsverhouding?


Vraag 1: Maakt de beslaglegger misbruik van recht door beslag te leggen op een zorgbonus ?

De voorzieningenrechter moet allereerst de vraag beantwoorden of beslag op een zorgbonus wettelijk mogelijk is. De wet bepaalt in artikel 475 Rv dat een schuldeiser beslag mag leggen op vorderingen die de schuldenaar op een derde heeft of nog zal krijgen. Zo kan bijvoorbeeld het loon van een schuldenaar in beslag worden genomen, omdat dat het uit te betalen loon een vordering op de werkgever is. Artikel 475a Rv bepaalt vervolgens dat het beslag zich niet uitstrekt tot vorderingen die volgens de wet niet voor beslag vatbaar zijn. Dergelijke beslagverboden zijn op verschillende plaatsen in de wet te vinden. Zo is bijvoorbeeld de kinderbijslag niet voor beslag vatbaar, met als achtergrond dat die uitkering voor de kosten van de kinderen bedoeld is. recent heeft de wetgever de eenmalige tegemoetkoming aan de door Toeslagen gedupeerde ouders van €750,00 van het beslag uitgezonderd in de “Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen.”. De wetgever heeft dus in uitzonderlijke gevallen een beslagverbod opgenomen. De achterliggende reden hiervoor is steeds dat de uitkering bestemd is voor een bepaald doel.


Vast staat dat in de subsidieregeling een dergelijk beslagverbod niet is opgenomen voor de zorgbonus. Het uitgangspunt is daarom dat een beslag is toegelaten. Van dit uitgangspunt wordt echter in de praktijk afgeweken. Zo heeft de Belastingdienst in de Leidraad Invordering bepaald dat met ingang van 1 januari 2021 geen beslag wordt gelegd op de zorgbonus. De toelichting op dit beleid luidt: “Deze bonus kan mogelijk worden getroffen door een derdenbeslag onder de zorgaanbieder, bedoeld in artikel 475, eerste lid, Rv of een vordering op grond van artikel 19, eerste lid van de wet. Gezien het doel en uitgangspunt van de subsidie vind ik het onwenselijk dat deze bonus onder het derdenbeslag of de vordering valt van de ontvanger.”


Ook de rechter-commissarissen die het beleid bepalen in zaken, waarin de WSNP wordt toegepast, hebben als landelijk beleid afgesproken dat de zorgbonus gelet op het bijzondere karakter ervan buiten de boedel blijft. Dat betekent dat de zorgbonus geheel ten goede komt aan de zorgmedewerker die in de schuldsanering zit en niet aan de gezamenlijke schuldeisers.


De gerechtsdeurwaarder vraagt zich in dit kort geding af of het – ondanks het feit dat hij daartoe de bevoegdheid heeft – mogelijk misbruik van recht oplevert om onder de huidige uitzonderlijke omstandigheden beslag op de zorgbonus te leggen. Daaraan heeft de gerechtsdeurwaarder tijdens de mondelinge behandeling nog toegevoegd dat de subsidieregeling onder tijdsdruk is uitgevaardigd en – onder verwijzing naar de Kinderopvangtoeslagaffaire – dat wetgeving soms strenger kan uitpakken dan beoogd. Ook heeft hij opgemerkt dat uitvoerders van wetgeving verweten wordt te weinig oog te hebben voor de maatschappelijke gevolgen.


De voorzieningenrechter overweegt het volgende:

Allereerst moet worden opgemerkt dat de zorgbonus – anders dan de eerder genoemde voorbeelden – geen doelverstrekking is. Er is wel een reden gekoppeld aan de subsidie, namelijk een financiële blijk van waardering voor alle (extra) inspanningen van zorgprofessionals, maar dat kan niet leiden tot een ‘bescherming’ van het uit te keren bedrag.


Daarnaast is het ook niet zo dat de zorgbonus – zoals in radio-interviews wel te horen was – in de zakken van de beslag leggende deurwaarder verdwijnt. Als de uitkering onder het beslag valt, komt het bedrag in mindering op de openstaande schuld van de schuldenaar. De uitkering van de zorgbonus zorgt er dus voor dat de bestaande schuld met € 1.000,- wordt verminderd.


Ten slotte, maar niet in de laatste plaats, geldt nog het volgende: Nadat schuldhulpverleners hadden geconstateerd dat de zorgbonus bij lopende loonbeslagen bij de ingevoerde regeling misschien naar de schuldeiser zou gaan, heeft hetzelfde kamerlid van de oorspronkelijke motie, Van Kooten-Arissen, op 4 november 2020 een nieuwe motie ingediend. Die motie luidde: “verzoekt de regering, de zorgbonus vrij te stellen van loonbeslag”

Anders dan de motie van maart 2020, werd deze motie echter niet met algemene stemmen aangenomen. Hiermee werd duidelijk dat een Kamermeerderheid tegen een beslagverbod is. Wanneer over een onderdeel van een wettelijke regeling door het parlement - hoewel met de kleinst mogelijke meerderheid - zo duidelijk een standpunt is ingenomen, is het naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan de rechter of de deurwaarder om dat anders uit te leggen.


Vraag 2: Vloeit de zorgbonus rechtstreeks voort uit de arbeidsverhouding?

De volgende vraag is of er afzonderlijk beslag moet worden gelegd op de zorgbonus, of dat deze al onder een eerder gelegd loonbeslag valt. Artikel 475 Rv bepaalt ook dat een beslag niet alleen geldt voor vorderingen die op het moment van het beslag bestaan, maar dat het beslag ook geldt voor toekomstige vorderingen. Die toekomstige vorderingen moeten dan wel “rechtstreeks voortvloeien uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding”. Om deze reden vallen vakantiegeld, en bonussen onder het loonbeslag. Volgens de KBvG heeft de uitgekeerde zorgbonus in haar uitwerking ook een sterke binding met de op het moment van het eerdere loonbeslag bestaande rechtsverhouding: de arbeidsovereenkomst met de zorgaanbieder. De zorgbonus volgt uit een wettelijke regeling, zodat daarvoor mogelijk hetzelfde zou moeten gelden.


De voorzieningenrechter overweegt het volgende: De bron van de verschuldigdheid van de zorgbonus is wezenlijk anders dan die van een ontslagvergoeding. De zorgbonus wordt immers door de overheid toegekend en betaald uit de algemene middelen, terwijl een ontslagvergoeding door de werkgever verschuldigd wordt aan de werknemer. De werkgever fungeert slechts als doorgeefluik van het ministerie. Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door de zorgaanbieder te betalen zorgbonus geen vordering oplevert, die rechtstreeks voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst. Dit oordeel sluit ook aan bij de tekst en de bedoeling van de subsidieregeling. De zorgaanbieder is degene die de aanvraag moet indienen.


De conclusie is dat de door de werkgever door te betalen zorgbonus geen vordering is, die rechtstreeks voortvloeit uit een rechtsverhouding, die ten tijde van de eerder gelegde loonbeslagen bestond. Daarnaast maakt de gerechtsdeurwaarder dus geen misbruik van recht door beslag te leggen op de zorgbonus. Wel vindt de voorzieningenrechter het raadzaam dat de gerechtsdeurwaarder eerst met zijn opdrachtgever overlegt of er daadwerkelijk beslag gelegd moet worden op de zorgbonus. . Het is immers zeer goed mogelijk dat een schuldeiser af zal zien van dat recht, uit respect en waardering voor de zorg die in deze moeilijke tijden door de schuldenaar is verleend en waarschijnlijk nog steeds wordt verleend. Verschillende andere instanties hebben dat standpunt al ingenomen. De schuldenaar mag de zorgbonus dan zelf vrijelijk besteden.



32 keer bekeken1 reactie